Tentoonstellingen

Vanaf 1917 heeft Jan de Boer zijn werk diverse malen tentoongesteld op belangwekkende locaties. De volgende tentoonstellingen zijn hiervan het meest noemenswaardig:

* Jubileumtentoonstelling van werken der leden Maatschappij Rembrandt in het Stedelijk Museum Amsterdam op november 1937 (zie foto rechts)

 

* Tentoonstelling "Kunst van heden" (landschappen) in het Rijksmuseum Amsterdam (1939)

 

* Tentoonstelling "Kunst in Vrijheid" in het Rijksmuseum Amsterdam van 22 september tot en met 15 november 1945 (kort na de bevrijding).

Tentoonstelling "Kunst in Vrijheid" (1945)

Deze tentoonstelling werd gehouden in het Rijksmuseum in Amsterdam van 22 september tot 22 oktober 1945 (net na de bevrijding) en werd vervolgens wegens succes verlengd tot 15 november. ​Het was een samen-werkingsverband tussen de Nederlandse Federatie van Beroepsverenigingen van Kunstenaars en het Rijksmuseum Amsterdam.[1]

Het tweewekelijkse vaktijdschrift De Vrije Kunste-naar besteedde op 3 november 1945 aandacht aan de tentoonstelling. De redacteur merkte op dat er bijna 1200 werken (1178) van heel diverse aard werden tentoongesteld, enkel van 'goede' kunstenaars die het lidmaatschap van de door de nazi's ingestelde Kultuurkamer afgewezen hadden tijdens de oorlog.[2] ​

De tentoonstellingscatalogus contextualiseert de ten-toonstelling en vermeldt dat alle werkzame kunstenaars in Nederland zich vanaf 1942 verplicht moesten inschrijven bij dit instituut van de Duitse bezetters. De geproduceerde kunst in Nederland werd hierdoor sterk gecensureerd. De nazi's hoopten hiermee invloed uit te oefenen op de Nederlandse kunst en voor veel kunstenaars was het dan ook een reden tot trots als zij hier niet aan hadden deelgenomen. Dit was echt een financiele opoffering aangezien zij officieel niet mochten werken zonder inschrijving en de Kultuurkamer het kanaal was om aan werkmateriaal te komen - in tijden van oorlog waren deze materialen zeer schaars. Als ze bovendien betrapt werden op werken zonder inschrijving dan kon hen dat een boete van 5000 gulden opleveren, een astronomisch bedrag, zeker in oorlogstijd. 

Tijdens de tentoonstelling werd echter een uitzondering gemaakt voor verzetsleden die zich hadden ingeschreven bij de Kultuurkamer om zichzelf van een betere dekmantel te voorzien.[3] Alle 350 deelnemers aan de tentoonstelling (uit verschillende kunstdisciplines) kregen een penning met de boodschap "Door hecht verzet de kunst gered van nazi-smet"[4+5]